Medemblik Actueel.

Nadine Swagerman

Column Nadine Swagerman – o, hé

Je hebt van die mensen die geen gedag zeggen als je ze tegenkomt in de winkel of op straat. Mensen die je wel kent, maar die je dan gewoon voorbijlopen. Ik behoorregelmatig tot die groep mensen. Niet omdat ik geen gedag wíl zeggen, maar omdat ik vaak zo diep in gedachten ben dat ik je simpelweg niet zie.

Ik zag iemand binnenkomen en keek op van mijn beeldscherm.

‘Hoi,’ zei ik enthousiast.

Hij glimlachte, ‘jij zegt ook niets.’

Verward keek ik hem aan. ‘Ik zeg toch “hoi”?’

‘Nee, ja, nu wel, maar van de week bij het tankstation zei je helemaal niets.’

‘Hè? Wanneer zag ik jou bij het tankstation?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is het nu net; je zag me niet.’

Ik fronste diep. ‘Hoe bedoel je? Hoe kan ik “hoi” zeggen als je daar niet was?’

‘Ik was daar wel.’

‘Wanneer dan? Ik heb je helemaal niet gezien.’

‘Nee, dat zag ik.’

Ik probeerde me te bedenken wanneer ik hem dan gezien zou moeten hebben en waarom ik dat niet heb gedaan.

‘Donderdag,’ zei hij alsof hij mijn gedachten kon lezen. ‘Ik stond achter je in de rij voor de kassa.’

‘Echt? Ik heb je echt niet gezien.’

‘Ik keek je nog aan, maar je keek niet terug. Staar je altijd zo dom voor je uit als je ergens bent?’

‘Ik ben nogal vaak in gedachten verzonken,’ bekende ik.

‘O, is dat het?’

‘Ja.’

‘Hm, het voelde meer alsof je me niet wílde zien.’

‘Nou ja,’ reageerde ik verbolgen, ‘waarom zou ik je niet willen zien? Wat een onzin, zeg. Ik zag je gewoon niet, anders had ik heus wel iets gezegd.’

Hij kneep zijn ogen samen. ‘Oké, laten we ervan uitgaan dat dat waar is.’

‘Natuurlijk is dat waar!’ Ik keek hem aan. ‘En waarom zei jij niets, eigenlijk?’

Hij trok zijn wenkbrauwen op, ‘wat?’

‘Waarom zei jij niets?’

‘Omdat je mij niet zag.’

‘O, dus omdat ik jou niet zag, zei jij geen gedag?’ vroeg ik verontwaardigd. ‘Als jij iets had gezegd, dan had ik je wel gezien en dan hadden we nu dit gesprek niet.’

Hij schoot in de lach. ‘O, dus nu is het mijn schuld dat jij me niet zag?’

Ik knikte, ‘ja, omdat jij niets zei, heb ik je niet gezien.’

Hij keek me met glinsterende ogen aan, ‘jij bent echt erg.’

‘Hoezo?’ zei ik quasi onschuldig.

‘Je geeft mij gewoon de schuld! Hoezo is het mijn schuld? Jij ziet mij toch niet?’

Ik haalde mijn schouders op, ‘dan had je ervoor moeten zorgen dat ik je wel zag.’

Hij schudde lachend zijn hoofd. ‘Jij bent lekker.’

Toen ik gisteren voor de spoorbomen moest wachten, ging er een groepje fietsers voor mijn auto staan. De slagbomen gingen open en de fietsers reden weg. Eén fietser bleef echter voor mijn auto staan. Verward aanschouwde ik wat er gebeurde, terwijl de auto achter me ongeduldig begon te toeteren. Ik opende mijn raampje en riep: ‘sorry, maar u mag hoor!’

De fietser draaide zich om en toen pas zag ik wie het was.

‘O, hé!’ riep hij gemaakt enthousiast. ‘Ik had je helemaal niet gezien!’

Nadine Swagerman blogt onder eigen titel op ‘Wat Zij Wil

Reageren via facebook