25.2 C
Medemblik
11 augustus 2020 01:51
Medemblik Actueel.

Column Nadine Swagerman – Ouwe taart

Het leek me een uitstekend idee om eens een lekkere chocoladetaart te gaan bakken. Mijn buurvrouw is er namelijk niet meer en dus had ik iets nodig om mezelf op tevrolijken. Chocoladetaart is in dat soort situaties mijn beste vriend. Of eigenlijk is chocoladetaart altijd mijn beste vriend.

Ik speurde het internet af naar een recept, vond er één waarvoor ik (bijna) alles in huis had – wel zo makkelijk – en besloot gelijk aan de slag te gaan.

In mengde ingrediënten door elkaar en werd al vrolijk van de smeuïge massa die er ontstond. Deze taart zou heerlijk worden, dat kon niet anders. Ik zette de taart in de oven en las in het recept dat ie daar ongeveer een half uurtje in moest staan. Mooi, dacht ik, dan kan ik even snel naar de supermarkt rijden om daar pure chocolade – het enige wat ik niet in huis had – kopen voor de topping.

‘Hé, wat doe jij nou hier?’ een oudere vrouw, die ik vaag herkende, keek me vragend aan. ‘Jij bent er toch één van Swagerman?’

Ik knikte, terwijl ik echt super hard mijn best deed om te bedenken wie de vrouw tegenover me was.

‘Woon je hier?’

‘Ja.’

‘Met je ouders?’

‘Nee.’

‘Met je vriend?’

‘Nee.’

‘Alleen?’

Ik schudde mijn hoofd, ‘nee, ook niet.’

Ze leek het niet te begrijpen en ergens genoot ik ervan dat zij nu net zo in de war was als ik. Wie was deze vrouw en hoe wist zij wie ik was. En wat deed ze hier? In mijn woonplaats, waar ik haast nooit Medemblikkers tegenkom.

‘Hé, ik moet weer verder,’ zei ze, ‘maar leuk je gesproken te hebben.’

Ik knikte en brabbelde iets dat leek op ‘ja, zeker leuk.’

‘Doe je de groetjes aan je ouders?’

‘Ja, doe ik.’

Ik zag de vrouw langs de vleeswaren weglopen en kon nog steeds niet bedenken wie ze in godsnaam was. Ik pakte de chocolade waarvoor ik gekomen was, rekende af en reed terug naar huis.

Toen ik de voordeur opendeed vulde een aroma van chocolade de gang. Enthousiast liep ik de woonkamer in, waar ik al snel zag dat het een beetje blauw stond. Ik snel me naar de oven, opende de deur en stikte bijna in de walm rook die eruit kwam. Beteuterd pakte ik het bakblik met de verbrandde chocoladetaart uit de oven.

Het huis was net een beetje door gewaaid toen mijn telefoon ging.

‘Hoi mam,’

‘Hoi lieverd, hoe is het met je?’

‘Niet goed.’

‘Hoezo niet? Wat is er aan de hand?’

Ik vertelde haar over mijn verbrande chocoladetaart en hoorde haar aan de andere kant van de lijn lachen. Ondanks al mijn ellende, lachte ik met haar mee.

‘Hoe kan ie nou verbrand zijn dan?’

‘Door een vrouw in de supermarkt. Als zij niet tegen me had staan praten, dan was ik op tijd thuis geweest.’

‘Wie was dat dan?’

‘Geen idee, maar je kreeg de groetjes.’

‘Kreeg ik de groetjes? Van wie?’

‘Van die ouwe taart.’

Ze schoot in de lach. ‘Je hebt geen idee wie het was?’

‘Nee.’

‘Maar het was een oudere vrouw?’

‘Ja.’

Er viel een stilte, alsof mijn moeder zich aan het bedenken wie ik gezien zou kunnen hebben.

‘Kwam ze je niet bekend voor?’ vroeg ze.

‘Nee. Nou ja, een beetje, maar niet van: hé jou ken ik.’

‘Ik vraag me toch af wie het was.’

‘Ik ben blij dat ik mijn frustratie met je heb kunnen delen.’

‘Ja, heel fijn, dank je. En nu, wat ga je nu doen? Een nieuwe taart maken?’

Ik hoorde haar lachen.

‘Nee, ik ga geen nieuwe taart maken. Ik ga papa bellen.’

‘Hoezo?’

‘Zodat hij zich ook kan afvragen wie die ouwe taart in de supermarkt was.’

Ik hoorde haar lachen. ‘Goed idee.’

‘Dat dacht ik.’

Nadine Swagerman blogt onder eigen titel op “Wat Zij Wil

Reageren via facebook

Uw banner hier?



Uw banner hier?