Medemblik Actueel.

Column Nadine Swagerman – Blaastest

Een jaar of vijf geleden werd ik gevolgd door een politieauto. Na een paar minuten zag ik rode letters in mijn achteruitkijkspiegel, die zeiden dat ik moest stoppen. Dus dat deed ik.

‘Mevrouw, wij willen u graag even laten blazen.’

‘Dat is goed hoor, ik heb niet gedronken.’

De agente keek me aan met een blik die verklapte dat ze die exacte samenstelling van woorden wel vaker had gehoord. Ze hield het blaasapparaat voor mijn neus en gaf een korte instructie. Ik blies op het tuutje.

‘Doorblazen,’ zei ze, toen ze zag dat ik wilde opgeven.

Met alle kracht die ik in me had, probeerde ik het laatste beetje lucht uit mijn longen te persen, maar het was niet genoeg.

‘U was nog niet klaar.’

‘Sorry, ik heb longontsteking, ik heb niet zoveel lucht.’

Ze keek me streng aan. ‘Stapt u maar even uit de auto.’

Met tegenzin deed wat van me gevraagd werd, als ik dit had geweten had ik wel iets anders aangetrokken. Buiten de auto stond een mannelijke agent te wachten, hij keek me onderzoekend aan. Ik volgde zijn blik en zag mezelf door zijn ogen: pyjama, geen make-up en rode ogen van vermoeidheid.

‘We gaan het nog een keer proberen,’ zei de agente. Ik ademde diep in en blies opnieuw in het apparaat, maar na enkele seconden wist ik dat het me weer niet zou lukken.

‘Waarom stopt u nou met blazen?’ vroeg ze geïrriteerd.

‘Ik heb een longontsteking,’ legde ik nog eens uit. ‘Sorry, maar ik heb gewoon niet zoveel lucht.’

‘Waarom bent u zo laat nog onderweg, als u ziek bent?’

‘Ik moest mijn vriendin naar huis brengen,’ zei ik, terwijl ik naar mijn tijgerpoot pantoffels keek. Ik was vergeten dat ik die aanhad. Beschaamd keek ik de agenten aan, terwijl ik hoopte dat zij mijn sloffen niet zouden zien.

‘Waar kwamen jullie vandaan als ik vragen mag?’

‘Van mijn huis.’

‘En u heeft daar niets gedronken?’

‘Nee, ik drink niet.’

Ze keek haar collega aan, leek even te twijfelen en zei toen ‘ik wil toch dat u nog een keer blaast.’

Ik blies alsof mijn leven ervan afhing. En volgens mij begon ik net paars aan te lopen, toen ik een piepje hoorde en de agente zei dat ik mocht stoppen met blazen. Ik haalde diep adem en voelde een steek in mijn borstkas.

Ze keek naar het apparaat in haar handen en liet het resultaat aan haar collega zien. ‘Prima,’ zei ze daarna tegen mij.

‘Prima?’

Ze knikte, ‘u heeft niet gedronken.’

‘Nee, dat zei ik toch?’

‘Ja, maar dat zegt iedereen die we laten blazen,’ zei de agent. Ik zag dat hij een glimlach onderdrukte.

‘Ja, dat is ook zo.’ Ik keek de agente aan. ‘Kan ik weer gaan?’

Ze knikte, ‘bedankt voor uw medewerking.’

Ik mompelde ‘geen dank’ en wilde net in de auto stappen, toen ik de stem van de mannelijke agent achter me hoorde.

‘Mevrouw?’

Ik keek om.

‘Kekke sloffen.’

Reageren via facebook