Medemblik Actueel.

Grutte Pier
Het beleg van Medemblik

Medemblik en Grote Pier (3) – 500 jaar beleg van Medemblik

Mijn vorige schrijven ben ik ingegaan met de benoeming in 1498 van Albrecht van Saksen tot potestaat van Friesland door Maximiliaan I. Dit betekende feitelijk het einde van de Friese vrijstaat, die sowieso al eeuwenlang een doorn in het oog van de heersers van het Heilige Roomse  Rijk was. In dit artikel beschrijf ik in het kort de daden van het Saksische bewind in Friesland en hoe Grote Pier als vrijheidsstrijder van de Friezen in beeld kwam.

Karel van Gelre trekt Friesland binnen

De strijd was nog lang niet beslecht, want naast de Saksers, de Oost-Friezen en Friese plattelandslieden, kwam er een vierde partij op de proppen, waarmee we reeds kennis maakten in het vorige artikel.

karel-van-gelreBuiten graaf Edzard om, sloot de stad Groningen op 3 november 1514 een verdrag met Karel van Gelre die daar als heer werd gehuldigd. Dit was het begin van een nieuwe strijd. Enkele Friese edelen besloten dit voorbeeld te volgen en in hetzelfde jaar riepen ook zij, ter ondersteuning van hun strijd tegen Georg van Saksen, de hulp van de Geldersen in. Enkele weken na zijn benoeming tot heer van Groningen, landde een Gelders leger in Gaasterland en beheerste in korte tijd het zuiden van Friesland en daarmee de toegang tot de Zuiderzee.

De Saksers maakten op hun beurt Friese krijgsgevangenen. Het is beschreven dat Otto van Diepenholt, bevelhebber van Appingedam en zijn hopman Cornelis Funck van Anhalt in 1514 in kettingen werden weggevoerd en mogelijk op het kasteel van Medemblik gevangen werden gehouden.

Er waren nu drie strijdende kampen in Friesland: de Saksers die gesteund werden door Habsburgers; de Friese vrijheidsstrijders en de Gelderse troepen onder Karel van Gelre. Het gebied waar de Saksers volledige controle hadden was echter zeer beperkt geworden. Alleen Leeuwarden, Franeker en Harlingen bleven hen trouw.

De reactie op de verovering door de Geldersen was erg drastisch. Saksische huurlingen verenigden zich in een niets ontziend, moordend, plunderend en brandstichtend leger, die de beruchte naam de Zwarte Hoop kreeg. Er is in dit verband beschreven dat huurlingen uit Medemblik als beesten te keer zijn gegaan. Dit zou wel eens een reden geweest kunnen zijn dat Grote Pier zich eerst zijn pijlen op Medemblik richtte toen hij zich over de Zuiderzee, in de richting van Holland begaf.

grote-pierDe macht van Georg van Saksen was ondertussen, mede wegens geldgebrek ondertussen zodanig tanende, dat hij zijn rechten en aanspraken op 19 mei 1515 voor 100.000 goudguldens doorverkocht aan Karel V, de kleinzoon van Maximiliaan I.

(Even voor het grote verband: Karel V was ondertussen via erfopvolging ook koning van Spanje geworden, hetgeen een enorme uitbreiding van het Habsburgse rijk betekende). Bij deze machtswisseling werd Floris van Egmond, heer van IJsselstein, door Karel V tot stadhouder van Friesland benoemd.

De strijd van de Friezen tegen de Saksers veranderde dus tot een directe strijd tegen de Habsburgers, die hun macht reeds in de Hollandse gewesten uitoefenden.

Grote Pier neemt wraak

Het waren soldaten van de Zwarte Hoop, met name Franekers, die een aanval op de geboortedorp van Pier, Kimswerd deden. Het dorpje werd platgebrand en geplunderd. Veel inwoners en familieleden van Pier werden bij deze brute aanval vermoord. De Donia-state, de boerderij van Pier, waar hij en zijn gezin woonden, werd platgebrand. Tijdens deze gruwelijke gebeurtenissen vonden ook Piers vrouw en mogelijk ook een van zijn twee kinderen de dood.

Pier had geen bezittingen meer en zijn bestaanszekerheid was volledig vernietigd en zinde op wraak. In het nabijgelegen dorpje Arum en omgeving verzamelde hij lotgenoten en begon een legertje te vormen die uiteindelijk tot grotere proporties uitgroeide. Verwijzend naar het moordende huurlingenleger van de Saksers werd het leger van Grote Pier de Arumer Zwarte Hoop genoemd. Pier zocht daarnaast samenwerking met de Hertog van Gelre en begon zijn Arumer Zwarte Hoop met een leger van Gelderse huurlingen verder uit te breiden.

Floris van Egmond slaat toe, maar verliest

Terwijl Floris van Egmond zijn troepen in Leeuwarden klaar voor de strijd maakte, waren de Geldersen bezig om in hun bezette steden ook hun leger manschappen te versterken. Er kwam in augustus 1516 een korte wapenstilstand, vanwege een verdrag van Karel V met de bondgenoot van Karel van Gelre, de koning van Frankrijk. Dit was van zeer korte duur, want aan de overkant van de Zuiderzee liet Floris van Egmond in Enkhuizen een oorlogsvloot van 36 schepen uitrusten. Deze werd richting Friesland gestuurd en vernietigde vervolgens de Friese schepen in Workum. Dit werd gevolgd door een inval bij Harlingen, van waaruit diverse steden plunderend werden veroverd. Dit leidde tot een totale bezetting van de Friese westkust tussen Stavoren en Harlingen, alsmede IJlst en Lemsterland.

Toch zat het Floris van Egmond niet echt mee, want in de nacht van 24 op 25 november 1516 werd de Friese westkust door een stormvloed geteisterd, waardoor Floris zich in Harlingen en Leeuwarden moest terugtrekken. Snel daarop, op 26 december teisterde een tweede stormvloed waardoor zijn troepen uit Lemmer moesten vertrekken. Lemmer werd bij deze evacuatie van het leger in brand gestoken.

Op 11 januari 1517 nam Floris het besluit om Sneek te belegeren. In deze stad waren Grote Pier en de Arumer Zwarte Hoop als ballingen aanwezig. Dit beleg kwam voor Floris gunstig uit omdat de stadsgrachten waren dichtgevroren. Het was pech voor de Habsburger manschappen, dat de Snekers uitbraken en enkele kloosters in de omgeving in brand staken, zodat de troepen van Floris geen beschutting meer hadden. Terwijl er in de stad een groep was, die zich wilde overgeven waren het Grote Pier en de Arumer Zwarte hoop, die het verzet juist wilden voortzetten. Overgave aan Floris bleek overigens geen zin te hebben. Omdat de dooi inviel, werd het beleg uiteindelijk beëindigd.

Een tweede wapenstilstand tussen de Franse koning en Karel V in het voorjaar van 1517 liep ook op niets uit. De Habsburgers namen de gelegenheid om de troepen in Hindelopen te versterken, maar dit bleek een zinloze bezigheid, want vanuit Sneek deed Grote Pier met de Arumer Zwarte Hoop, dat ondertussen tot een flink leger was uitgebreid, een aanval en veroverde Hindelopen. Dit was gelijk zijn kans om in ieder geval een deel van de Hollandse vloot te vernietigen. Een deel van de veroverde schepen kon hij kennelijk goed gebruiken, want in samenwerking met de Gelderse huurlingen maakte Pier met zijn Arumer Zwarte Hoop de Zuiderzee voor de Hollanders met hun piratenschepen onveilig. In zijn grootste zeeslag zou hij volgens Thabor zelfs 28 Hollandse schepen hebben gekaapt, terwijl de ca. 500-koppige bemanning zonder pardon overboord werd gezet.

De Hoornse kroniekschrijver Velius beschreef dat de laatstgenoemde wapenfeiten, in ieder geval voor een deel, voor de kust van Hoorn hadden plaats gevonden. Gedurende de maanden augustus en september 1518, dus ruim een jaar na Pier’s aanval op Medemblik.

De piraterij van Grote Pier werd door Nidek en LeLong in 1792 als volgt beschreven: “Lange PIER ook Grote PIER genaamd, was een der wreedste en onvertzaagdste zeeschuimers, welken in onze vaderlandsche geschiedenissen beken zyn. Van het jaar 1515 tot in 1518, maakte hy de zuiderzee geheel onveilig, nemende niet alleen alles gevangen wat hem tegen kwam, maar had zelfs de ontmenschte gewoonte, van zyne gevangenen zonder mededogen over boord te werpen. Hy was een onverzoenlyk vyand der Hollanders, en nam in den jare 1517, verscheiden koopvaardyschepen weg, zo rasch zy binnen de gaten in de zuiderzee gekomen waren. Alles wat hy aantrof, boeyers, visschers, turf- en ander schepen werden goeden prys verklaard, en de gevangenen op gruwlykste wyze om het leven gebragt.”

Tot zover de zeeschuimerij van Grote Pier en zijn Gelderse bondgenoten, die door de Hollanders de bijnaam ‘Gelderse Friezen’ kregen. Pier kreeg ondertussen zijn geuzennaam: ‘Kruis der Hollanders’.

In het volgende artikel beschrijf ik het vervolg van het verhaal, dat Grote Pier en zijn manschappen in 1517 zich in de richting van West-Friese kust begonnen te begeven en het verschrikkelijke lot dat Medemblik moest ondergaan, bezegelden.

Lees hier deel 1

Lees hier deel 2

Reageer op dit onderwerp