Medemblik Actueel.

Ben van Althuis

Column Ben van Althuis – Adieu Eberhard

Ik kan het niet ontkennen, hoewel mijn leven zich al bijna 40 jaar in het West-Friese afspeelt blijf ik Amsterdammer. Geboren en getogen in ‘de mooiste stad van ons land’. Honderden malen met weemoed bezongen. ‘Geef mij maar Amsterdam’, ‘Aan de Amsterdamse grachten’, ‘Amsterdam huilt’, of het indringende ‘(Dans le port d’) Amsterdam’ waarin Brel de zeelui bezingt tijdens hun verblijf op de Amsterdamse wallen. Dat ik mijn hoofdstedelijke emoties nooit zelf met een brok in mijn keel bezong lag zeker niet aan de stad. Het had enkel en alleen te maken met mijn ver ontoereikend stemgeluid.

Mijn bijdrage aan poëtische stadsgezangen beperkte zich daarom tot het ietwat beneveld mee neuriën in een van die heerlijke Amsterdamse kroegen. Hangend aan de bar met een glas bier of een borrel en urenlang ouwehoerend over onderwerpen die ik de volgende dag allang weer vergeten was. Ik zat daar graag. Samen met mijn vrienden of een willekeurige voorbijganger. We bespraken de wereldproblemen of wachtten onze beurt af tot de drie ivoren ballen met een klap op de biljartklok werden teruggelegd zodat wij het besmeurde laken konden verrassen met stoten waarvan zelfs de grootste optimist droevig werd.

Zo’n bruin café, waar licht van buiten verboden was, waar de buitendeur werd afgedekt door een zwaar lederen tochtgordijn en waar de kastelein zich niet permitteerde ook maar één klant vriendelijk te verwelkomen. Een knik was voldoende. Een goede kastelein had geen lach. Het plezier kwam uit een glas. Hoe vaak kwam ik niet wiegend naar buiten terwijl ik slechts voor een of twee biertjes binnenkwam. ‘Een toeppie maken?’ was de oorzakelijke kreet. Een vraag die menigeen tegen wil en dank aan de bar deed plaatsnemen om bij het licht van een paar druipkaarsen een kaartje te leggen. Niet voor het geld, maar voor de rondjes. En dat waren er vaak te veel.

Er zijn er niet veel meer. Echte Amsterdamse bruine kroegen, waar de tijd even stil staat. Waar je glas het enige houvast is en waar het niet uitmaakt wie of wat je bent. Waar de mening van de vuilnisman even veel waard is als die van een advocaat en waar menig traan van eenzaamheid het bierglas bijvult. Waar Amsterdam zijn weemoed bezingt, maar ook zijn wonden likt. Daar zal ook die nieuwe wond moeten helen. Het verlies van Eberhard van der Laan. Burgervader en Amsterdammer onder de Amsterdammers. Met een warm hart voor iedereen, zonder aanzien des persoons. Ongeacht kleur, geaardheid of achtergrond. Amsterdam door de eeuwen heen, verzameld in één man. ‘Er is een Amsterdammer doodgegaan’, die titel was ik nog vergeten. Ik hoop dat hij daarboven naar zijn stad kan kijken en misschien nog één keer in weemoed dit lied van Willem Wilmink en Herman van Veen kan neuriën. Net als ik.

Adieu café

Ik weet waar een café is
Biljart en geen tv is
Waar opa op zijn sloffen
Zijn nieren af komt stoffen
Een Griek uit verre landen
Biljart over drie banden
Geen mens is uit de gratie
Geen grein discriminatie

Ach, zo’n café
Café, met een lage zoldering
En geen wc, voor dames apart
Ach zo’n café
Spoedig een herinnering, zonder tv
Een piano alleen
Verboden door de wet
Met z’n rommelig buffet
Z’n pilsjes en z’n pret,
En z’n sche-e-eve biljart

Als je een stoot wilt maken
Daar op het groene laken
Dan word je onverschrokken
Al aan je mouw getrokken
‘Je moet het indirect doen’
‘je moet het met effect doen’
‘Die keu die is zo teer niet’
‘Het is je jongeheer niet’
Dus raak hem zonder eerbied
Dat je de bal nooit weerziet
En is die stoot dan toch nog mis
Dan heerst alom de droefenis

Ach, zo’n café…

Want zie die nieuwe wet is
Dat zo’n café niet net is
De zoldering te laag is
Het licht er veel te vaag is
En dat er alle vrouwen
Hun plas op moeten houen
Omdat er geen wc is
Die veilig en privé is
En mensen, ook al biggelt
Er een traan over Carmiggelt
De wet, de wet heeft recht gedaan
Dus die cafétjes  gaan eraan…

Ach, zo’n café… Adieu Eberhard

www.benvanalthuis.nl

Reageer op dit onderwerp