Medemblik Actueel.

Ben van Althuis

Recensie Ben van Althuis – ‘Ik prate weer as ien kip zonder kop’

“We gaan vanavond te teneêle,” riep ik naar mijn vrouw die in de keuken kroketten uit de airfryer haalde. M’n hele leven heb ik kroketten uit de frituur gegeten, maar sinds de laatste maanden komt er bij ons geen vet meer aan te pas. Volgens mijn vrouw is het gezonder en beter voor het milieu. Zelf ben ik van het nut minder overtuigd, maar tegen haar argumenten delf ik altijd het onderspit; al vind ik de kroketten eigenlijk niet zo lekker. “Wat?” riep mijn vrouw terug. “We gaan vanavond te teneêle,” galmde ik nogmaals in m’n beste Westfries. “Wat bedoel je nou?” vroeg ze enigszins geërgerd toen ze met de nauwelijks gekleurde snacks de kamer inkwam.

Zonder te antwoorden zei ik: “da’s allegaar skeef en beroerd,” knikkend naar de twee bleekscheten op het bordje. “Ja, dat zal wel, en jouw knoine loupe los kiftte ze pissig, terwijl ze naar m’n openstaande gulp wees. Sportief als ik ben, gaf ik met tegenzin haar score toe. “We gaan naar een voorstelling van ‘West-Friesland Plat’ in het dorpshuis van Opperdoes,” gaf ik nu maar in het Nederlands uitleg. “Dat is een Westfries humorgezelschap.” “O, da’s leuk,” reageerde ze nu een stuk vrolijker. “Denk je dat wij ze kunnen verstaan?” “Tuurlijk,” zei ik, zonder al te veel overtuiging. “En als het niet lukt… moôi zitte, en dom koike!” Ze schoot in de lach. De kroketten vielen reuze mee.

Om halfacht in de auto naar het gezellige dorpshuis van Opperdoes. Nadat ik koffie had gehaald en weer op m’n stoel had plaatsgenomen, werd er op m’n schouder getikt. Achter me stond Piet Mosch, raadslid in Medemblik en in z’n gloriedagen wethouder in Wervershoof, maar bovenal liefhebber van alles wat West-Friesland is. “Heb je dat gezien?” vroeg Piet, wijzend op twee levensgrote koeien van hardboard, die als decorstukken op de toneelvloer stonden. Ik haalde niet wetend mijn schouders op. “Dat zijn toch roodbonte koeien?” vroeg Piet verder. “Ja,” antwoordde ik, terwijl ik naar de rood gevlekte schilderstukken keek. “Die hebben we hier helemaal niet in West-Friesland,” zei hij overtuigend. “Wij hebben hier alleen maar zwart-wit gevlekte!” Ik had geen idee, de veehouderij ligt geheel buiten mijn kennisgebied, maar mijn avond begon met een lach.

Stipt acht uur verscheen spreekstalmeester Fred Rootveld, voorzien van een kapsel als Wally Tax in de kleur van Geert Wilders, met een kleine verontschuldiging. De eerste humor diende zich aan. Hij was leider van de groep echte West-Friesen, met echte Westfriese humor, alleen kwam hij zelf uit de Achterhoek en sprak geen plat woord. Heeft wel wat, dacht ik vrolijk. Na deze ontboezeming opende hij samen met Ferry Knijn en een aantal zelfgeschreven liedjes. Ferry had aanvankelijk wat opstartproblemen, maar toen de motor eenmaal liep ratelde hij rap door, terwijl beiden een gitaar beroerden.

Na het muzikale startschot volgden een aantal Westfriese voordrachten van Marja van Schagen, Westfriese conferences van Kees Visser en Hein Tromp en een Westfriese sketch waarin Leon Knijn tegenspeler sprekerd Fred als politieagent kreeg toebedeeld. Dit kwam niet geheel geloofwaardig over. Met de schouderlange lokken onder de politiepet vandaan had het meer weg van een bejaarde provo uit de jaren zestig, dan de wetshandhaver die het moest voorstellen. Maar, met een beetje fantasie en een een extra bakkie in de pauze, is alles mogelijk.

“Vond je het leuk?” vroeg mijn vrouw toen we na afloop naar de auto liepen. Even zei ik niets. Ik wist niet of ik nou ‘ja’ of ‘nee’ moest antwoorden. Eigenlijk vind ik alles leuk wat door mensen in streek wordt gepresteerd. Toneel, zang, muziek, dus ook dit stukje Westfriese cultuur. Maar aan de andere kant…, het deed me ook denken aan een tekst uit het lied ‘Dag Zuster Ursula’, van Lennaerd Nijgh: “Het was niet goed en het was niet slecht, het was ertussenin.” Ik miste de puntige en cynische humor die de streek zo kenmerkt. Het waren te veel ‘mopjes’. En vooral de timing miste ik. Maar het enthousiasme was er wel, en de liefde voor de streek. Misschien kan wat meer regie in het volgende programma voor een luidere lach zorgen.

Ik keek mijn vrouw aan. “Ik had me er misschien iets te veel van voorgesteld,” antwoordde ik. “As je rekene op roze, draait ’t vaak uit op peerdebloeme, toch? Lachend stapten we in en reden terug, richting Wervershoof.

Ben van Althuis

Reacties: broodenbrij@gmail.com

Reageer op dit onderwerp