Medemblik Actueel.

Column

Column Ben van Althuis – Zondag

“Wie is dat?” vraagt onze kleindochter, terwijl ze wijst op een wat vergeelde foto van een mollige baby met zijn buik op een vachtje. “Dat is opa,” antwoordt mijn vrouw. Onze kleindochter trekt haar wenkbrauwen op met een gezicht alsof ze denkt: dát lijkt me sterk! “Ja…, dat ben ik echt,” meng ik mij in het gesprek en ga naast de twee op de bank zitten. Mijn vrouw heeft een dik fotoboek op haar schoot en is net begonnen deze met onze kleindochter door te nemen. Naast de blote zuigeling staat nog een andere foto met daarop een jonge man en een jonge vrouw met tussen hun in een jochie van een jaar of twee. “En wie zijn dat?” vraagt ze door. “Dat ben ik ook,” reageer ik, “en dat zijn de vader en moeder van je opa.” Opnieuw is de verbazing van haar gezicht af te lezen.

Even verzink ik in gedachte. Mijn ouders, hoe lang zijn die nu alweer dood. Maar de kleine geeft me weinig tijd. Ze wijst op een eerdere foto van een pas getrouwd stel. “Zijn dat ook jouw vader en moeder?” vraagt ze. Ik knik. Ze lacht en lijkt te accepteren dat ook ik ouders heb. “Staan jouw vader en moeder er ook in?” vraagt ze aan mijn vrouw. “Ja, kijk maar,” antwoordt die terwijl ze een blad omslaat. Daarop staat een nagenoeg gelijke foto van een jong bruidspaar en nog een foto van die twee. Maar dan met een klein meisje. Ze houdt een ballon in haar hand. “Oh, wat lief,” roept onze kleindochter. Haar voorkeur is duidelijk.

Een foto zegt meer dan een complete speelfilm. Het is als een boek. Fantasie en herinnering vullen elkaar aan. Na nog een aantal kinderportretten zijn daar ineens twee van onze klassenfoto’s. De lagere school. Ik zie mijn meester weer en de jongens waarmee ik speelde op het schoolplein. Frans, hij zou later wielrenner worden, en Wim, mijn boezemvriend. Ook mijn vrouw kijkt vertederd naar de drie rijen kinderen op haar foto. In het midden haar er bovenuit stekende leraar, met naast hem de hoofdmeester. “Weet je wie dat is?” vraagt ze aan onze kleindochter, wijzend op een van de kinderen. Die schudt ontkennend haar hoofd. “Dat is de zoon van Guus Verstraete, de toneelspeler.” De kleine kijkt haar aan alsof ze het over een buitenaards wezen heeft. Logisch, de acteur is al bijna twintig jaar dood.

Mijn vrouw bladert door en onze kleindochter ziet een mooi jong meisje, in een wapperende jurk op het strand. “Wie is dat?” vraagt ze. “Dat ben ik,” zegt mijn vrouw, zichtbaar trots. Daarnaast een foto van een stoer uitziende jongen. Nu vraagt ze niets. Quasi gekrenkt zeg ik dus zelf maar dat ik het ben. Op de volgende pagina weer een bruidspaar. Poserend op dezelfde trap als de eerdere paren, maar dan 25 jaar later. “Dat zijn jullie, hé…,” zegt onze kleindochter, het antwoord radend. “Ja, dat zijn wij. Bijna vijftig jaar geleden.” We kijken elkaar aan. Hoe snel is de tijd gegaan.

De volgende serie foto’s geeft een opsomming van onze kinderen. Net geboren, op school, op dansles, met verkering. Ze moet lachen als ze haar vader op zijn zestiende verjaardag met een nieuwe brommer ziet. En haar oom, als vijfjarige, met een klein rood petje – net als de toentertijd populaire groep Drukwerk. Ook bij mij roepen de beelden herinneringen op. De vakanties, de feesten, verjaardagen en vooral de familie. Bij al die foto’s in het boek heeft ons leven even stilgestaan, het is even bevroren. En telkens als we door het boek bladeren lijkt het of die momenten weer ontdooien. Onze herinnering laat ze opnieuw leven.

Op de volgende pagina staat een foto van een jongen van een jaar of twaalf. Hij lacht vanonder zijn donkere krullen. “Wie is dat?” vraagt onze kleindochter. “Dat is Patrick,” zegt mijn vrouw. “Patrick was onze buurjongen. Hij kwam vaak bij ons en speelde dan met je vader, toen-ie nog klein was. Op een dag werd Patrick ziek, erg ziek. Toen hij dertien was is hij doodgegaan.” De kleine keek mijn vrouw aan. Even was het stil. Dat was het ook bij de foto van mijn middelste broer, hij is eveneens veel te vroeg gestorven, en bij de laatste foto’s van onze ouders en de zus van mijn vrouw.

Foto’s printen de tijd. Niet alleen de blije momenten. Maar er komen weer nieuwe foto’s bij. Foto’s van onze kleinkinderen, en hun kinderen. Een nieuwe toekomst om te fotograferen. Mijn vrouw slaat het boek dicht en onze kleindochter kruipt tegen haar aan. Ik kijk ernaar. Later, als ze met háár dochter op de bank foto’s kijkt en ze ziet ons weer met dat schapenvachtje en die ballon, zal ze ook even stilhouden. En als haar dochter dan vraagt: “wie zijn dat mam?” zal ook zij zeggen: “dat zijn de vader en moeder van je opa.”

© Ben van Althuis

Op de hoogte blijven van mijn columns: http://benvanalthuis.nl/nieuwsbrief/

Reageren via facebook