15.8 C
Medemblik
20 september 2020 12:31
Medemblik Actueel.

Den Ouden Doosch – de aanleg van de Wieringermeer

Medemblik – Luid krakend ging de kist waar wij kilo’s aan oude foto’s bewaren open. Al lange tijd was hij niet meer open geweest en dat was te merken aan de enorme hoeveelheid stof en spinnenrag.  Maar tussen alle foto’s vonden wij dit pareltje.. ‘de aanleg van de Wieringermeer. ‘

Het gebied was rond het jaar 1000 nog gewoon land, en had zelfs een grotere oppervlakte dan de huidige polder. Niet geheel duidelijk is of het behoorde bij de gouw Texla, of dat Wiron een afzonderlijke gouw was. Door de stormen van onder andere de 12e eeuw was het gebied onder water gelopen en onderdeel van de zee geworden. De stroomgeulen van het Ulkediep en Amsteldiep liepen door het gebied.

Deze stroomgeulen werden in 1924 afgesloten met een dijk die het eiland Wieringen verbond met het vasteland. Met de aanleg van de Wieringermeerpolder werd in 1927 begonnen. Bij het droogmaken werd gebruikgemaakt van gemaal Lely, een elektrisch gemaal, nabij Medemblik. De start van de bouwwerkzaamheden voor dit gemaal was in februari 1928. Ten zuiden van Den Oever op Wieringen werd gemaal Leemans gebouwd, een dieselgemaal met een tweetal pompen met een debiet van 250 kubieke meter per minuut. Gemaal Lely had drie pompen van elk 400 kubieke meter per minuut. Op 10 februari 1930 werden de pompen in gebruik gesteld.

Volgens het oorspronkelijke plan zou de polder pas worden aangelegd als de Afsluitdijk zou zijn voltooid. Maar omdat Nederland grote behoefte had aan landbouwgrond werd de aanleg versneld. De dijk moest nu in de Zuiderzee worden aangelegd, en moest daarom ook zwaarder worden uitgevoerd. De polder was feitelijk geen IJsselmeerpolder, maar een Zuiderzeepolder (de zogenaamde Noordwestpolder). Op 21 augustus 1930 viel de polder droog. Vanaf 1934 werd het nieuwe land in cultuur genomen. De uitgifte van land gebeurde hierbij voor het eerst via de overheid. Deze wilde de problemen zoals ontstaan in de eerste jaren na de drooglegging van de Haarlemmermeer voorkomen (vooral particulier initiatief, waarbij veel armoede bestond en zelfs malaria uitbrak). De kavelgroottes voor nieuwe boeren werden door de machtige Directie Wieringermeer van de Dienst Zuiderzeewerken bepaald op 20 hectare en uitgegeven middels een pachtsysteem. Zo werd hier in hetzelfde jaar onder meer land gevonden voor het Joodse Werkdorp Nieuwesluis waarvan Abel Herzberg later directeur was.

De dorpen werden evenals de boerderijen planeconomisch aangelegd. Men legde eerst de kleinere plaatsen aan, waarbij de gedachte gold dat deze niet te groot mochten worden, omdat in grote dorpen de arbeiders te veel macht zouden kunnen krijgen en het daardoor broeinesten van opstandige activiteiten konden worden. Voor het besturen van het gebied werd in januari 1938 het Openbaar Lichaam De Wieringermeer ingesteld.

Op 1 januari 1941 werd Wieringermeer een zelfstandige gemeente. Op 15 augustus 1941 trad Gerrit G. Loggers, voordien burgemeester in Barsingerhorn, in functie als burgemeester.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de polder door de Duitsers onder water gezet om geallieerde luchtlandingen te verhinderen. Op 17 april 1945 bliezen zij de dijk op twee plaatsen op, waarna de polder binnen twee etmalen onder water liep. Alle gewassen en vrijwel alle bebouwing ging verloren. Na de oorlog werden de gaten gedicht en op 11 december 1945 viel de polder weer droog. Het raadhuis van de gemeente was verzwolgen door het water en er werd in Lutjekolhorn een tijdelijk raadhuis gebouwd. Dit werd de Arke Noach genoemd, omdat dit bijna het enige plekje was waar men droog bleef.

In 1956 werd de kern Kreileroord aangelegd.

Bron: Wikipedia

Reageren via facebook

Uw banner hier?




Uw banner hier?