Accountant Ernst & Young medeschuldig aan faillissement DSB-bank

Wognum – Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft in hoger beroep geoordeeld over de klacht van Autoriteit Financiële Markten (AFM) tegen de accountant van Ernst & Young Accountants die een goedkeurende verklaring heeft afgegeven bij de jaarrekening 2008 van DSB.

De Accountantskamer verklaarde deze klacht over de (onder verantwoordelijkheid van de accountant uitgevoerde) controle al voor een belangrijk deel gegrond en legde hem de maatregel van berisping op. Zowel de accountant als AFM stelden hoger beroep in. 

In een uitgebreide uitspraak heeft het CBb de klacht op een aantal wezenlijke onderdelen alsnog gegrond verklaard. Voor de accountant bestond dan ook onvoldoende basis om een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening af te geven.

Naar het oordeel van het CBb heeft de accountant geen of te weinig oog gehad voor een aantal belangrijke, DSB betreffende interne en externe factoren, die van wezenlijke invloed waren op de inschatting en uitvoering van de controlewerkzaamheden. 

Zo heeft de accountant, voorafgaand aan de aanvang van zijn werkzaamheden, nagelaten een zestal omstandigheden mee te wegen en zo nodig waarborgen te treffen tegen de uit die omstandigheden voortvloeiende controle-risico’s. Die omstandigheden betreffen de kredietcrisis en de specifieke gevolgen daarvan voor DSB, de vergaande verwevenheid tussen DSB Bank en DSB Beheer, een opmerkelijk gebrek aan continuïteit bij de invulling van sleutelposities binnen DSB, het verhoogd toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB) en de geuite zorgen van zowel DNB als AFM over het functioneren en de positie van DSB, de door AFM opgelegde bestuurlijke boetes en de maatschappelijke onrust en negatieve berichtgeving in de media over de bedrijfsvoering van DSB en het gehanteerde verdienmodel. 

Het CBb gaat verder uitgebreid in op een aantal meer gedetailleerde klachtonderdelen die in hoger beroep aan de orde zijn gesteld. Hieruit komt naar voren dat de accountant op meer punten tekort is geschoten.
 
Het gebrek aan diepgang en aan een professioneel-kritische instelling van de accountant heeft ertoe geleid dat de controle van belangrijke posten op de balans van DSB op te mechanische wijze is uitgevoerd. Dit handelen en nalaten moet de accountant ernstig(er) worden aangerekend. Het CBb heeft de accountant daarom de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden.

Reageren via facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.