Medemblik Actueel.

Mieke Koomen

Kasper Gutter: ‘Politiek moet in je genen zitten’

IMG_8771
‘Politiek moet in je genen zitten’ (foto: Mieke Koomen)

Medemblik – Kasper Gutter. In mei schudde hij het politieke kleed af. Ruim 35 jaar trotseerde hij vriend en vijand om op een bestuurlijke manier politiek te bedrijven. Hij was geliefd, maar werd soms ook gehekeld. Dat stoorde hem niet. ‘Aan de bestuurstafel worden de messen geslepen, maar na het vallen van de hamer, moet je samen ook een borrel kunnen drinken.’

Tekst en foto’s: Mieke Koomen

Ik ontmoet hem in zijn prachtige boerderijwoning in Opperdoes. De koffie loopt en wij gaan zitten in de knusse woonkeuken. Aan de wand prijken foto’s van de 3 kinderen en 7 kleinkinderen die Kasper en zijn vrouw inmiddels rijk zijn.

De sfeer is verre van politiek getint. Toch is juist dat het onderwerp van gesprek.

Tijd van opschaling

In mei van dit jaar zwaaide hij af als wethouder.  Na circa 20 jaar is het tijd voor vernieuwing hoewel zijn interesse in de politiek onverminderd voort duurt. ‘Al vanaf 1979 ben ik actief in de politiek; eerst 15 jaar als raadslid, daarna als wethouder. Het waren bestuurlijk zeer turbulente decennia. Ik heb 3 herindelingen meegemaakt.  Een tijd van opschaling, zowel in het bedrijfsleven als gemeentelijk.’

Maatschappelijk betrokken

Kasper werd geboren in Opperdoes, toen ook nog gemeente Opperdoes. Maatschappelijke betrokkenheid kreeg hij van huis uit mee. Op zijn 16e was hij al voorzitter van de jeugdafdeling van de ARP, Arjos genaamd. ‘Actief deelnemen en iets betekenen voor je omgeving. Dat hoor je gewoon te doen. Met die overtuiging ben ik opgevoed. Het heeft me veel gebracht’, vertelt Kasper.

Eén bestuurlijk West-Friesland

In ‘79 maakte hij de eerste herindeling vanuit de gemeenteraad mee. Toen al was hij voorstander van één bestuurlijk West-Friesland. Hij zag de noodzaak, maar ook de weerstand vanuit de bevolking. ‘In die tijd werden veel bedrijven groter. Door overname en fusies. Deze opschaling zette door. Ook in gemeentelijke zin. Maar dat is voor velen een stuk enger omdat het raakt aan persoonlijke belangen. Ik begrijp dat, maar de opschaling van gemeentes was en is onontkoombaar. Bovendien kan het eigene van iedere kern daarbij prima behouden blijven en gekoesterd worden. Daarbij spelen de diverse dorpsraden een belangrijke rol. ’

Impopulaire maatregelen

Kasper heeft een duidelijke visie en schroomt niet daar heel direct mee voor de dag te komen. Het speelde niet altijd in zijn voordeel. ‘Impopulaire maatregelen zijn vaak nodig om betere omstandigheden te creëren. Het lastige is dat zich dat vaak pas op langere termijn uitbetaalt. Daar gaan veel mensen aan voorbij. In de politiek stelde ik altijd de vraag: kunnen we intern ons doel bereiken? Als het antwoord nee is dan moet je over grenzen kijken. Mogelijkheden zien in samenwerking, het opgaan in een fusie. Dat is groot en ongrijpbaar, maar vaak wel nodig om te verbeteren. Dat kan overal voor gelden. Bedrijven, scholen, gemeentes.’

De ‘harde’ kant

Kasper had tot 2007 een fulltime functie bij het Ministerie van Landbouw. Deze baan op zichzelf was al goed voor meer dan 40 uur per week. Daarnaast vervulde hij diverse nevenfuncties. Hij was lid van de kerkeraad, voorzitter van het bestuur van basisschool “De Wegwijzer” en bestuurslid van het bejaardentehuis “Almere”. Ook was hij bestuurder bij de Rabobank waar hij later commissaris werd. Ook bij deze instanties maakte hij opschaling mee. Het sloot mooi aan bij zijn politieke bewegingen. In 1979 was hij medeoprichter van het “C.D.A.-Noorder-Koggenland”. Hij was al snel voortrekker binnen de partij. Zijn politieke ambitie reikte verder. Hij wilde besturen. Zijn voorkeur lag bij de ‘harde’ kant. De portefeuilles Ruimtelijke Ordening, Verkeer & Vervoer en economie die hij als wethouder onder zijn hoede heeft gehad, pasten daar goed bij.  ‘Het gaat mij altijd om de zakelijke inhoud, niet om de persoon. Dat moet je wel kunnen scheiden’, aldus Gutter.

Aansluiting met omgeving

Drie herindelingen, in 1979, 2007 en recentelijk in 2011. Steeds grotere gemeenten. Opschaling past bij zijn denkwijze. Veel mensen delen dit gedachtegoed niet. We vroegen hem om uitleg.

‘In de jaren 60, 70 waren besturen veel op zichzelf gericht. Op het interne gebeuren. De omgeving was gewend te volgen, maar werd in die jaren steeds mondiger. Besturen vonden geen aansluiting meer met de omgeving. Maar het is van groot belang gesprekspartner te blijven naar buiten toe. Uiteindelijk waren ze om die reden, maar ook om financieel te overleven, gedwongen tot opschalen.

Bestuurlijk beheersbaar blijven

Is opschaling dan te allen tijde goed, vragen we door.

‘Natuurlijk zijn er grenzen. Je moet niet opschalen om het opschalen. Binnen de zorg bijvoorbeeld is het een probleem. Wie heeft er nog grip op? De zorgvraag neemt toe, de zorginstellingen worden logger.  Er is veel gedecentraliseerd. Maar het moet bestuurlijk wel beheersbaar blijven. Je moet met de voeten in de klei blijven staan. Dat ziet de politiek ook. Meer en meer zorgtaken worden teruggelegd bij de gemeentes. Maar terug naar het verleden kan ook niet. In zo’n geval moet je kijken wat het beste past bij huidige omstandigheden. Samenwerken om te verbeteren. Daar liggen kansen voor de zorg.’

Ik luister en probeer alle opschaling in mijn hoofd te laten landen. De man aan de andere kant van de tafel kent de materie van buiten. Hij verwoordt zich goed, is helder en eenduidig. Heeft hij dat altijd kunnen volhouden in de slangenkuil die politiek heet?

‘Een politicus die alleen vrienden overhoudt, heeft het niet goed gedaan’, antwoordt Kasper lachend. Besturen is niets anders dan compromissen sluiten. En daarbij spelen er zoveel onderhuidse belangen mee. Dat voel je en daar moet je mee om kunnen gaan. Het moet je in de genen zitten. Ik werd gedreven door mijn idealen en heb altijd een onafhankelijke houding aangenomen. Niet met alle winden meewaaien en achter je standpunt blijven staan. Dat kon ik goed. Ik was niet bang voor de consequenties. Bovendien kon ik de zaken goed scheiden. Ik sleep de messen aan de bestuurstafel, maar na het vallen van de hamer, kon ik prima een biertje drinken met mijn tegenstander.’

Inmiddels is zijn vrouw aangeschoven aan tafel. Ze vult aan: ’Kasper is geen piekeraar. Nog voordat hij zijn benen binnenboord heeft, slaapt hij al.’

Ze lacht en kijkt met ons mee terug. ‘Kasper maakte lange werkweken, hij draaide vaak veel meer uren dan de bekende 40. Ik heb hem daarin altijd gesteund. Wat goed was voor hem, was ook goed voor ons gezin.’

Opschaling en ZZP’ers

De opschaling van bedrijven staat haaks op de enorme opkomst van ZZP’ers. Gaat dat samen? ‘Ik heb diep respect voor ZZP’ers. Vaak is de keuze voor jezelf te beginnen uit armoe geboren. Het lijkt gemakkelijk, maar er komt zoveel meer bij kijken dan alleen het ambacht zelf. Niet iedereen kan dat aan. Maar de economische maalstroom waarin we zitten, geeft velen geen andere keuze’, aldus Gutter.

Wellicht is dit de keerzijde van het grote opschalen. Grote bedrijven vallen om, er heerst een graaicultuur. ‘Als het opschalen om het opschalen wordt, blaast een bedrijf zichzelf op. De mentaliteit moet om. Terug naar waar het werkelijk om gaat. Je moet produceren om te verdienen. Dit adviseer ik ondernemers ook vanuit mijn ervaring. Stel jezelf steeds opnieuw de vragen: doe ik het goed? Kan het efficiënter? Sneller en goedkoper? Vaak gunnen we onszelf niet de tijd deze vragen te beantwoorden. We rennen onszelf voorbij en voor we het weten zijn we te ver van ons eigenlijke doel verwijderd geraakt.’

Verwijdering

Deze tendens maakte hij ook mee binnen de politiek. Het werd individualistischer en harder. Minder op de zaak, maar vooral op de periferie gericht. Er wordt meer op politieke winst ingezet dan op het maatschappelijk belang. Daardoor is een verwijdering ontstaan tussen de burger en de politiek.

Hoewel de tijden zijn veranderd, heeft Gutter elke fase als een uitdaging ervaren. ‘Elke tijd heeft zijn eigen charme. Ik heb mijn politieke loopbaan van het begin tot het einde zeer interessant gevonden.’

Wapenfeiten

Hij noemt een aantal wapenfeiten die er voor zijn gevoel uitspringen. ‘Tegen het centrale beleid in hebben we in iedere kern woningbouw kunnen realiseren. Ook hebben we veel mogelijkheden voor recreatie gecreëerd door het aanleggen van fietspaden en natuurgebieden.’ Ook de bestuurlijke betrokkenheid bij aankoop, nieuwbouwplannen, verkoop en wijzigingen van de bestemming van maar liefst 13 gemeentehuizen, waaronder het gemeentehuis in Wognum in het voormalig DSB-gebouw, is het vermelden waard. Een gevoel van trots is op zijn plaats. Kasper: ‘Trots is een groot woord. Alles wat we hebben bereikt, staat niet alleen op mijn conto. Je doet het samen.’

Spijt van zaken heeft hij niet. Het is goed geweest. ‘Elke politicus heeft een houdbaarheidsdatum. Ik wil nu meer tijd nemen voor mezelf, mijn gezin en de kleinkinderen. Ik geef het stokje graag over. Onze gemeente heeft alle ingrediënten om goed te wonen, werken en recreëren. Daar kan de politiek op verder bouwen.’

 

Na afloop van het gesprek, neem ik foto’s van Kasper. Buiten voor zijn woning. Hoe graag en vaak hij ook over grenzen keek, hier staat hij nog letterlijk met de voeten in de klei. Van zijn zo geliefde Opperdoes. Gemeente Medemblik.

Reageren via facebook