Medemblik Actueel.

Algemeen

Piet Zee, een bescheiden West-Friese grappenmaker met internationaal succes

Piet Zee, een bescheiden West-Friese grappenmaker met internationaal succes

Piet Zee, een bescheiden West-Friese grappenmaker met internationaal succes

Medemblik – Afgelopen week heeft onze vliegende reporter Mieke Koomen weer een prachtig interview afgenomen met een markante inwoner van de gemeente Medemblik. En wat voor een Medemblikker hebben wij bereid gevonden om zijn verhaal te vertellen voor de lezers van Medemblik Actueel.  Piet Zee, de man die samen met Kees Stet toch wel de grondleggers van Westfries plat zijn, de man die de bezoekers van zijn optredens tot dikke tranen van het lachen kan brengen.  Hieronder leest u het interview met deze icoon in West-Friesland en ver daar buiten.

Het is een groot interview geworden maar wij kiezen ervoor om het in zijn geheel te publiceren, niets mag ontbreken over wat deze man ons te vertellen had.

Hij is een van de weinige cabaretiers uit West-Friesland die zijn grappen ook in het echt West-Friese dialect verteld. Al ruim 50 jaar staat hij op het toneel; in theaters, in cafés en in huiskamers. Waar mensen willen luisteren, vertelt hij. Zijn verhalen komen van de mensen zelf. ‘Mijn directe omgeving is mijn grootste inspiratiebron.’  

Twisk. Het mooie dorp heeft nog niets aan authenticiteit ingeboet. Ik ga op de maandagochtend op bezoek bij Piet en Riet Zee.  Als ik het huis aan de Dorpstraat binnenstap ga ik even terug in de tijd.  In de vroegere slagerswinkel, de slachterij, maar ook in de woonruimtes lijkt de klok te zijn stil gezet. De woning ademt de hartelijke warmte van zo’n 40 jaar geleden. Toen was geluk nog heel gewoon.

Riet heeft de koffie klaar. Nog voordat ik plaats neem aan de ronde tafel in de kleine keuken, praten we honderduit. Meestal duurt een interview een klein uurtje, maar al snel heb ik het vermoeden dat ik hier wat langer blijf. Zonder enige moeite.

Slager

Piet Zee
Piet Zee

Piet Zee werd 77 jaar geleden geboren in Twisk. Op zijn 8e verhuisde hij naar Hoogwoud waar zijn ouders een boerderij runden. Piet wilde geen boer worden, maar slager. Net als zijn opa en oom.  Hij volgde de slagersvakschool. Toen hij 23 was kocht hij de slagerij met woning in Twisk.  Ze wonen er na 55 jaar nog.  In de kleine stolp. Karakteristiek voor het dorp, passend bij de inwoners.

Opvallend publieke figuur

Piet zet zich in voor het verenigingsleven van zijn dorp. ‘Ik ben graag onder de mensen en houd van de saamhorigheid die er is in een dorp.’  Als vanzelf rolde hij van het een in het ander. Hij was bestuurslid van onder andere de ondernemersvereniging, de uitvaartvereniging, de kleuterschool en de biljartclub.  Hij viel op en dat beviel.

Lef en talent

We schrijven 1963. Tijdens een bonte avond in Twisk vond de aftrap van zijn carrière plaatst. Het programma was eigenlijk al vol, maar Piet wist zijn optreden er toch tussen te krijgen. ‘Ik had lef en zette door. Ik wilde laten zien wat ik kon en tegelijkertijd testen of mijn grappen ook bij een groter publiek aan zouden slaan. ‘ Het werd een groot succes, kort daarop gevolgd door een optreden op het schip de Henry Dunant van het Rode Kruis.

Zijn korte sketches vol typisch West-Friese humor sloegen in als een bom. In West-Friesland, maar ook ver daarbuiten. De cd’s en dvd’s waarop Piet Zee zijn verhalen vertelt gingen zelfs de grens over, naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Internationaal succes. En dat met verhalen waarvoor de ideeën vaak in de slagerswinkel ontstonden. Een grappig tafereel schreef hij dan op in het winkelboekje. ‘Ik heb alles van de mensen zelf en dan maak ik er een grappige sketch van.’

Zalen plat met West-Friesland Plat

Samen met enkele andere humoristen richtte hij het gezelschap West-Friesland Plat op. 19 jaren was hij aangesloten. In die tijd trad hij vaak twee keer in de week op. Met drie kinderen en een goed draaiende zaak waren het drukke tijden. ‘Druk, maar leuk. Wat hebben we gelachen. En elke belevenis zorgde weer voor nieuwe anekdotes . Een grap zit in een klein hoekje’, lacht Piet.

Biografische anekdotes met West-Fries sausje

Riet schenkt me nog een kop koffie in. Ik bewonder het Boerenbont servies in de kast. Het huis heeft iets weg van een museum. ‘Ga straks maar eens kijken in de winkel’ , zegt ze. We hebben veel oude spulletjes van de slagerij bewaard. En het hangt er ook vol met krantenknipsels en foto’s.’ Tussendoor vertelt Piet grappen. Korte biografische anekdotes met een kwinkslag. Uiteraard in het West-Fries. Ik kan het niet nadoen. West-Friese humor, het is nauwelijks te omschrijven. Je moet het voelen.  ‘Het is niks, maar juist door de eenvoud wel om te lachen’ , legt Piet uit.  Met het West-Friese dialect als smeuige saus is het een formule die nog steeds garant staat voor volle zalen.

Ode aan de voorganger

Piet imiteerde Kees Stet die in de jaren 60 al succesvol was op de radio, maar bedacht toch vooral zijn eigen teksten. ‘Als ik grappen gebruik van Kees Stet dan breng ik het als ode aan hem. Ik zeg het er ook altijd bij, als het een grap is van iemand anders.’

En zo herhaalt de geschiedenis zich. Waar Piet Zee grappen gebruikte van zijn idool, worden er nu grappen van hem gebruikt. ‘KaBee cabaret uit Wervershoof heeft wel tekst van mij gebruikt. Dat kwamen ze netjes vragen hoor. Ik vind het prima, voel me vereerd.’

Uitstervend ras

Piet is een bescheiden man. Hij pocht niet en gunt iedereen het succes. Hij vindt het jammer dat het West-Friese dialect langzaam maar zeker verdwijnt. ‘Het Wervershoofs Volksorkest, Sjaak Steltenpool, Dick en Ton Boon, KaBee en Hannes Knoin. We behoren tot een uitstervend ras. Er zijn maar weinig jongeren die het West-Friese dialect nog beheersen. Maar humor zal er altijd zijn. Tijden veranderen, maar lachen zal je.’

Twisk is wat het is

Bijna 4 decennia lang runde Piet de slagerij samen met zijn vrouw. Ze aten er een goede boterham van, maar na 38 jaar was de koek, of het vlees, op. ‘We hebben nog een mooie tijd gekend’, vertelt Riet. ‘Tegenwoordig kun je haast geen brood meer verdienen met een slagerij. Ik bracht het vlees destijds nog aan huis bij de mensen.  Als ze niet thuis waren legde ik de bestelling in de koelkast en pakte geld uit de portemonnee. Dat ging in goed vertrouwen. Dat zou nu niet meer kunnen.’

‘Een opvolger hadden we wel, maar hij koos uiteindelijk voor een slagerij in een ander dorp. Daar waar nog groei is. Uit onderzoek is gebleken dat Twisk geen uitbreidingsmogelijkheden heeft. Het dorp is wat het is en dat zal zo blijven’, vult Piet zijn vrouw aan.

Nog volop in beweging

Geen dorp voor detailhandel of verandering. De tijd staat er stil. Maar Piet en Riet staan verre van stil. Zij zijn nog elke dag volop in beweging. Geen twee optredens meer per week, maar toch zeker twee per maand.

‘Morgen sta ik in Bergen en in januari sta ik een aantal keer op het toneel met Hannes Knoin. Ik word ook nog regelmatig voor feesten en partijen gevraagd. En ook tijdens de jaarlijkse uitreiking van de Piet Zee Bokaal spreek ik een hartig woordje West-Fries. Dat is een thuiswedstrijd. Die zijn het lastigst. Mensen kennen mij en mijn verhalen. Ik zorg dan ook elk jaar voor iets nieuws. Een invalshoek die ze niet van mij verwachten. Zo blijf ik verrassen. Soms ook mezelf.’

Schrijverskoppel

Schrijverskoppel
Schrijverskoppel

Riet was de drijvende kracht achter het gezin. Ze bleef liever wat op de achtergrond, maar blijkt ook talent voor schrijven te hebben. Voor de Historische Vereniging Twiska schrijft ze gedichten. Ook in het West-Fries. Als ik het talentvolle schrijverskoppel vertel dat het interview op Medemblikactueel.nl wordt gepubliceerd, komt er al snel een gedicht op tafel. ‘Geschreven door Riet hoor’, benadrukt Piet, ‘hier is niks van mij bij.’

 

Weer is die toid toch bleven

Voor ’n praatje bai de loin

Of op ’n mooie zeumereivond buiten buurten

Effies gezellig met groot en kloin

Nou leve we in ’n drolle toid

We jage en we jachte

En wulle as ’t teugendeit

Genies meer ergens wachte

Want toid is geld, wordt ‘r den zoit

Maar is dat echt wel waar

De toid ken ok heel kostbaar weze

As je r’s echt luister nei ’n aar

We moete van ons zelf zo veul

En niet beroid wat op te geven

Maar overdoen, dat gaat gien meer

Want we hewwe maar ien leven

Nou is ’t de computer toid

Met internet en punt.nl

En wul je efkes iemand spreke

Den zegge ze we meele wel

De wereld binnen handberoik

Informatie over allerhande zake

Maar ’t contact van mens tot mens,

Beginne we wat kwoit te rake.

Want de techniek die staat niet stil

Dat is ok niet te kere

Of ‘t ‘r gezelliger, tevredener of veiliger deur wordt

Ik vraag ’t me af of de toid zal ’t lere.

Best bijzonder dat juist dit gedicht het internet haalt of misschien wel logisch ook. Bij de familie Zee tikt de klok ook gewoon door. ‘Ik heb wel een computer hoor en e-mail, maar ik moet me er nog in verdiepen’, zegt Riet. Ik spreek met hen af dat ik het artikel even uitprint en bij hen langsbreng voor publicatie. De telefoon doet de rest.

West-Friese BN’er

We sluiten het gesprek af met een rondleiding door slagerij en winkel. Klein, maar vol nostalgie. De winkelt ademt herinneringen. Aan de wand hangen de krantenknipsels. Piet wijst me de BN’ers uit de omgeving aan voor wie hij heeft opgetreden. Zonder er erg in te hebben is hij het zelf ook. Een West-Friese BN’er.

 

Reageer op dit onderwerp