SP Noord-Holland wil actie tegen leegstand winkelstraten

winkelleegstand

Noord-Holland – De SP wil dat provincie Noord-Holland samen met gemeenten de winkelleegstand aanpakt. SP-statenlid Marnix Bruggeman: “Er komen door de crisis steeds meer winkels in winkelstraten en buurtwinkelcentra leeg te staan. In kleinere plaatsen verdwijnt op die manier soms het hele winkelbestand. Dat is echt zorgelijk. Mensen moeten op zijn minst op een aanvaardbare afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.”

Uit de recent verschenen Monitor en Evaluatie Structuurvisie Noord-Holland 2040 blijkt dat in Noord-Holland sprake is van een toename van de winkelleegstand. Volgens de Monitor blijkt verder dat de vraag naar nieuw winkeloppervlak in veel regio’s daalt en dat de planvoorraad in veel regio’s te groot is. Niettemin zijn in een aantal Noord-Hollandse gemeenten, waaronder Heerhugowaard, Castricum en Uithoorn gemeentelijke plannen in voorbereiding voor de bouw of uitbreiding van (groot)stedelijke winkelcentra. Bruggeman: “Deze plannen staan op gespannen voet met de in de Monitor gesignaleerde ontwikkelingen en kunnen de teloorgang van winkelstraten en buurtwinkelcentra verder in de hand werken. Het is de taak van de provincie om toezicht te houden op duurzame verstedelijking. Gemeenten met plannen voor nieuwe winkellocaties moeten aantonen dat deze voorzien in een regionale behoefte. Dat is bij deze plannen niet het geval. De provincie moet dus echt werk gaan maken van haar regiefunctie bij de detailhandelontwikkeling.”

De provincie Noord-Holland kent sinds 2009 de Subsidieregeling Herstructurering en Intelligent Ruimtegebruik Bedrijventerreinen Noord-Holland. Een regeling die is ingesteld om ervoor te zorgen dat het landschap niet verrommelt. In 2012 waren er te weinig subsidieaanvragen. Bruggeman: “Er bleef geld in de pot zitten. Het lijkt de SP een goed idee een deel van deze middelen eventueel tijdelijk ook aan te wenden voor beleid gericht op stimulering van herstructurering van winkelstraten en buurtwinkelcentra, met als doel zo veel mogelijk behoud van winkels in winkelstraten en buurtwinkelcentra.”

INITIATIEFVOORSTEL

Inleiding

Onlangs hebben gedeputeerde staten aan de Commissie voor Ruimte en Milieu de Monitor en Evaluatie Structuurvisie Noord-Holland 2040 aangeboden. Voor wat betreft het onderdeel Winkelstructuur verwijst de Monitor allereerst naar het doel van de Structuurvisie: We behouden en versterken de hoofdwinkelstructuur en de stedelijke detailhandel.

De Monitor geeft vervolgens een gedegen analyse van de ontwikkelingen. Ook in Noord-Holland is een toename van de winkelleegstand te zien. Volgens de Monitor blijkt uit recent uitgevoerde onderzoeken naar de toekomstige behoefte aan detailhandel dat de vraag naar nieuw vloeroppervlak in veel regio’s daalt en dat de planvoorraad in veel regio’s te groot is.

Teloorgang winkelbestand in bestaande winkelstraten

Wij constateren dat de genoemde toename van de winkelleegstand zich voordoet in winkelstraten en buurtwinkelcentra. In plaatsen zonder regionale centrumfunctie geldt dit soms voor het gehele winkelbestand. Wij vinden dit zorgelijk, wanneer dit een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit oplevert. Wij vinden dit ook ongewenst, wanneer consumenten daardoor niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen en geregelde inkopen kunnen doen.

Mogelijk ongewenste ontwikkelingen

Wij stellen tegelijkertijd vast dat op dit moment niettemin in een aantal Noordhollandse gemeenten, waaronder bijvoorbeeld Amstelveen, Heerhugowaard, Castricum en Uithoorn, gemeentelijke plannen in voorbereiding zijn voor de bouw of uitbreiding van (groot)stedelijke winkelcentra. Deze plannen lijken op gespannen voet te staan met de in de Monitor gesignaleerde ontwikkelingen en kunnen de teloorgang van winkelstraten en buurtwinkelcentra verder in de hand werken.

Provinciaal beleid

Of en hoe de Provincie verder beleid op dit terrein moet uitwerken zal wat ons betreft zeker ter sprake komen bij de komende bespreking van de Uitkomsten van de Evaluatie 2013 van de Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie PRVS.

Wij willen voor wat betreft de invulling van mogelijk nieuw beleid hier niet vooruitlopen op deze discussie.

Wel vestigen wij – als aanknopingspunt – alvast de aandacht op het volgende fragment uit een artikel in ROmagazine van juni 2013: “Het is de taak van de provincie om toezicht te houden op duurzame verstedelijking. Gemeenten met plannen voor nieuwe winkellocaties moeten aantonen dat deze voorzien in een regionale behoefte. Als dat het geval is, heeft nieuwbouw of transformatie in bestaand stedelijk gebied de voorkeur boven uitbreiding. Maar in de praktijk zijn provincies terughoudend met ingrijpen en lijkt een landelijke aanpak van leegstand, die ook voor kantoren lastig blijkt rond te krijgen nog ver weg. ‘Het probleem is te veelzijdig voor een landelijk convenant waarin de hoeveelheid vierkante meters centraal staat,’ zegt Ton Heeren, die namens het IPO deelneemt aan de landelijk winkeltop. ‘De focus ligt op het bevorderen van herstructuring van en transformatie van bestaand winkelgebied. Het zou welkom zijn als de nieuwe Omgevingswet ruimere mogelijkheden biedt voor stedelijk herverkaveling.’ Er zijn grote verschillen tussen de provincies in hun bemoeienis met de detailhandel, erkent Heeren: ‘Zuid-Holland heeft het nadrukkelijk gekoppeld aan ruimtelijke kwaliteit, met goede resultaten.'” [M. de Jong, ‘Veranderend winkellandschap. Leegstand door gebrek aan visie en afstemming’, ROmagazine (31) 2013-6, p. 14-16.]

Voor een beoordeling van bouw- en uitbreidingsplannen van nieuw winkelareaal kan verder op zijn minst worden aangesloten bij de uitspraken van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert als vaste jurisprudentie (onder meer in haar uitspraken van 10 juni 2009 in zaak nr. 2008 08122/1/R3 en van 2 decem¬ber 2009 in zaak nr. 200901438/1/R3), dat voor de vraag of sprake is van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau geen doorslaggevende betekenis toekomt aan de mogelijkheid dat sprake is van een overaanbod in het verzorgingsgebied en een mogelijke sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen, maar doorslaggevend is of voor de inwoners van een bepaald gebied een voldoende voorzieningenniveau behouden blijft in die zin dat zij op een aanvaard¬bare afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen en geregelde inkopen kunnen doen.

Wat ons betreft wordt in elk geval zoveel mogelijk ingezet op behoud van bestaande winkelstraten en buurtwinkelcentra, en verder in het algemeen op winkels in plaatsen zonder centrumfunctie – waar nodig door herstructuring en transformatie.

Voorstel voor verfijning en verbreding van ruimtelijk-economisch herstructureringsbeleid

De provincie Noord-Holland kent sinds 2009 de Subsidieregeling HIRB – Herstructurering en Intelligent Ruimtegebruik Bedrijventerreinen Noord-Holland. Overwegingen onder deze subsidieregeling zijn:
• het voorkomen dat bedrijventerreinen in een neerwaartse spiraal terecht komen en ze niet meer voldoen aan de hedendaagse kwaliteitseisen;
• het beperken van aanleg van nieuwe terreinen;
• het tegengaan van verrommeling van het landschap;
• het optimaliseren van het vestigingsklimaat op bedrijventerreinen.

Uit de jaarstukken 2012 (pag. 138-139) blijkt dat er in 2012 onvoldoende subsidieaanvragen waren om het subsidieplafond te bereiken, waardoor € 2,1 miljoen niet is besteed. In de vergadering van de Commissie Ruimte en Milieu van 10 juni 2013 is onder meer door de heer E. Wagemaker (PvdA) de vraag opgeworpen of de oorzaak hiervan is dat de behoefte aan nieuw bedrijfsterreinareaal op dit moment op veel plaatsen gering is. Ook wij denken dat de noodzaak van het winnen van nieuw bedrijfsareaal op bestaande terreinen op dit moment minder urgent is. Deze verminderde noodzaak geldt dan ook in zekere zin voor de twee eerste overwegingen onder de Subsidieregeling HIRB.

Wij verwijzen hierbij ook naar de schriftelijke vragen (2013, nr 47) van de heer C. Broekhoven (CDA) inzake bedrijventerreinen Noord-Holland Noord en de antwoorden daarop van gedeputeerde staten van 11 juni 2013. Hieruit blijkt enerzijds dat in de komende periode nog uitgebreide discussie zal plaats vinden over interpretatie van de ramingen en gevolgen van de verminderde vraag naar bedrijvenareaal. Aan de andere kant laten deputeerde staten er geen misverstand over bestaan dat nu in veel delen van de provincie sprake is van overaanbod aan bedrijventerreinen en een teruglopende ruimtevraag na 2020. Dit onderstreept volgens ons dat in bepaalde gebieden stimulering van herstructuring van bedrijventerreinen nu iets minder urgent is dan voorheen.

Er valt daarom veel voor te zeggen een deel van de middelen van de Subsidieregeling HIRB tijdelijk ook aan te wenden voor beleid gericht op stimulering van herstructurering van winkelstraten en buurtwinkelcentra, met als doel zo veel mogelijk behoud van winkels in winkelstraten en buurtwinkelcentra. Dit is ook mogelijk, gezien het tijdelijke overschot op de Subsidieregeling HIRB.

Ruimtelijk beleid op het gebied van winkelvoorzieningen is allereerst een taak voor de gemeenten.
Het gaat hier om een lastig vraagstuk. Het vinden van effectieve oplossingen en maatregelen zal bepaald niet eenvoudig zijn. Daarom is ondersteuning van de provincie gewenst.

Analoog aan de Subsidieregeling HIRB valt te denken valt aan het geven van extra impulsen aan de openbare ruimte in winkelstraten en buurtwinkelcentra, waarmee verrommeling wordt tegengegaan of weggenomen. Ook voor winkelstraten en buurtwinkelcentra kan herstructurering helpen een neerwaartse spiraal te voorkomen.
Ook zou de provincie bijvoorbeeld steun kunnen geven aan onderzoek en begeleiding, die winkels kunnen helpen hun uit¬straling en formule aan te passen aan de veranderende consumentenwensen.

Een andere mogelijkheid zou bijvoorbeeld kunnen zijn de stimulering van onderzoek, dat de nieuwbouw- en uitbreidingsplannen voor winkelcentra kritisch doorlicht. Onderzoeksvraag kan zijn of voor de inwoners van een bepaald gebied een voldoende voorzieningenniveau behouden blijft, in die zin dat zij op een aanvaardbare afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen en geregelde inkopen kunnen blijven doen.

De Provinciale Taskforce kan bij de ondersteuning van gemeenten een bijdrage leveren.

Wij stellen u daarom voor het volgende besluit te nemen:

Provinciale Staten van Noord-Holland,

overwegende,

dat het de taak is van de provincie om toezicht te houden op duurzame verstedelijking;

dat naast de gemeenten ook de provincie is gehouden een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de teloorgang van winkels in winkelstraten en buurtwinkelcentra, onder meer ter voorkoming van aantasting van de ruimtelijke kwaliteit;

dat het mogelijk en wenselijk is hiervoor middelen beschikbaar te stellen;

besluiten:

gedeputeerde staten uit te nodigen te gelegener tijd een voorstel aan provinciale staten te doen voor een subsidieregeling Herstructurering winkelstraten,hetzij
– door de subsidieregeling Herstructurering en intelligent ruimtegebruik op bedrijventerreinen te verruimen met Herstructurering van winkelstraten en buurtwinkelcentra, hetzij
– door het instellen van een afzonderlijke subsidieregeling Herstructurering winkelstraten en buurtwinkelcentra waarvoor incidentele middelen beschikbaar worden gesteld door overheveling uit het overschot Reserve Herstructurering Bedrijfsterreinen.

J.M. Bruggeman

Reageren via facebook

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.