Medemblik Actueel.

Algemeen

Marathonschaatser Bart Mol: ‘West-Friesen weten wat afzien is’

Wervershoof – De vliegende reporter van Medemblik aan Zee heeft de pen weer ter hand genomen om een spraakmakende inwoner van de gemeente Medemblik aan de tand te voelen. Mieke Koomen hoefde er dit keer niet al te ver voor fietsen daar schaatser Bart Mol ook in Wervershoof woont.

Hieronder leest u het mooie interview die Mieke Koomen had met Bart Mol en waarom de West-Friesen toch zo goed zijn in sporten en dan vooral in schaatsen.


Het einde van het schaatseizoen is in zicht. Het was hét seizoen voor ons regionale toptalent. De Weissensee zou met gemak kunnen worden omgedoopt tot Westfriese see. We spraken Bart Mol uit Wervershoof over zijn persoonlijke succes. Hij blijft er nuchter onder. Zoals we van West-Friesen gewend zijn.

Bart schaatst al sinds zijn 6e.  Zoals zijn broer en veel jongens in zijn omgeving ging hij op schaatsles. Elke week op en neer met de bus naar Alkmaar. Daar leerde hij de grondbeginselen van de schaatssport. ‘Ik deed niet erg mijn best, vond veel andere dingen ook leuk.’ Toch klom hij op naar de B-rijders. Via clubs in Hoogkarspel en Alkmaar ging hij van regionaal naar nationaal. Bart had talent, maar was zich daar nauwelijks van bewust.

Kermis en motorcross

Bart Mol
Bart Mol

‘Toen ik een jaar of 16 was, deed ik veel aan motorcross. Dat kostte veel tijd en energie. Daarnaast ging ik veel naar de kroeg met mijn vrienden. We gingen samen kermissen af. Nee, dat was niet goed voor mijn ontwikkeling op de schaats. Op doorzettingsvermogen reed ik wedstrijden uit. Ik vond dat niet erg. Ik deed de dingen zoals velen dat doen op die leeftijd’, vertelt Bart die goede herinneringen heeft aan die tijd.

Geduld en discipline

Bart neemt de dingen zoals ze komen. Zo bereikte hij nietsvermoedend de top van de B’s. Inmiddels is hij 25 jaar en een succesvolle A-rijder.

‘Op eigen kracht, maar bijna ongemerkt stond ik ineens op dat punt. Ik kreeg een contract voor de A-rijders aangeboden.Toen maakte ik heel bewust de keuze ervoor te gaan. Ik ging actief trainen. Dat vergt veel geduld en discipline. Ik merk dat ik daar nu veel beter toe in staat ben dan 5 tot 10 jaar geleden. Ik kies nu zelf en laat me niet meer leiden door wat er om me heen gebeurt.’

Met verstand grenzen zoeken

‘Ik hou van snelheidssporten. Zoals motorcross. Dat is heel zwaar, alles verzuurt. Ik rij in de zomer nog wel eens. Ik zoek grenzen op,  maar probeer het wel goed te doen. Met verstand overal het maximale uithalen. Je kunt maar 1 ding goed doen. Of alles een beetje, maar dat heb ik al lange tijd gedaan. Nu zet ik alles op alles. Ik kan nog veel leren.’

Geen spijt

Bart Mol
Bart Mol

Spijt van een late start heeft Bart niet. Veel jongens die veel jonger op topniveau schaatsen raken overtraind. Ze draaien 20 trainingsuren per week. Dat moet je niet alleen fysiek, maar ook mentaal aan kunnen. ‘Ik heb 5 jaar volop kunnen feesten en crossen. Nu hoef ik niet meer zo nodig. Ik heb de rust me volledig op het schaatsen te richten. Jan Maarten Heideman is 39 en doet nog mee aan de top. Als je graag wilt en de juiste motivatie hebt kun je tot je 40e op hoog niveau mee doen.’

Stijgende lijn richting podium

Bart weet goed wat hij wil, maar is er ook sterk in om in het nu te leven. Hij kijkt niet te ver vooruit en stelt per jaar zijn doel bij. ‘Vorig jaar was mijn doel bij de A’s een contract te krijgen. Dat is gelukt. Ik wilde ook graag vooraan in het team meerijden. Ook dat lukt boven verwachting.’ Bart heeft dit seizoen uitstekend gepresteerd. Toch weet hij dat hij nog veel meer uit zichzelf kan halen. ‘Ik wil deze stijgende lijn richting podium doorzetten.Ik schaats nu bij Husqvarna-Gardena.We ontvangen een vergoeding en maken kans op prijzengeld. Dat zorgt ervoor dat ik ook financieel weer wat verder kan.’

Frits van der Werff

Naast het schaatsen werkt Bart nog zo’n 17 uur per week als sportadviseur bij sportinstituut Frits van der Werff. Als sportman en met een afgeronde CIOS opleiding op zak voelt hij zich daar als een vis in het water. ‘Dit werk is goed te combineren met het schaatsen. Bovendien krijg ik hier alle vrijheid en medewerking. Bij het marathonschaatsen moet je snel kunnen schakelen. Je weet tenslotte nooit wat het weer gaat doen. Wedstrijden op natuurijs laten zich niet plannen. Baanwedstrijden gaan altijd wel door, maar alles kan worden omgegooid zodra het gaat vriezen. Als er vorst wordt voorspeld, wordt iedereen een beetje zenuwachtig. Ik kan me daar goed voor afsluiten. Zet mijn telefoon op stil en wacht de ploegleider af. Het werk zorgt dan voor een prima afleiding. En als we een ‘go’ krijgen kan ik, in goed overleg, altijd direct weg.’

Als er ijs ligt moet je schaatsen

Blauwe ellebogen
Blauwe ellebogen

Onlangs reed Bart 4 wedstrijden in 6 dagen. Dat is lichamelijk erg zwaar. ‘Op de Weissensee lag veel sneeuw en er waren veel scheuren. Ik ben vaak gevallen en zie bont en blauw. Mijn ellebogen en armen zijn helemaal paars. En je krijgt maar weinig rust tussendoor. Met natuurijs calculeer je dat in. Koers is koers. Als er ijs ligt moet je schaatsen.’

Marathonschaatsen is een belevenis

Het winterseizoen is hectisch.Zeker voor marathonschaatsers. Toch zou Bart niet anders willen. ‘Het spel van de marathon vind ik leuk. Door de lengte van de rit maak je veel mee. Langebaanschaatsen geeft veel stress omdat je direct moet vlammen. Met een marathon kun je alle kanten nog op. Tactisch spel is belangrijk en ook het ploegbelang speelt een grote rol. Het is niet alleen 1 tegen 1, maar vooral ook ploeg tegen ploeg. Vorig jaar reden we een race door de smalle slootjes in Giethoorn. Daar was zoveel te zien. Echt een belevenis. En ook het publiek geeft veel energie. Ik kan me voorstellen hoe bijzonder het is om een Elfstedentocht te schaatsen. Ik zou daar alles voor opzij zetten.’

Skeeleren en wielrennen

Dit jaar zit het er niet meer in. De lente dient zich aan. Bart traint ongestoord verder. ‘In het voorjaar en de zomer trainen we door. We skeeleren en wielrennen veel. Ik doe dit met mijn team, maar ook vaak samen met jongens uit de regio. Simon Schouten, Rick Smit en Sjoerd Huisman. Zij weten waar je voor traint en je kunt elkaar helpen. Bovendien zijn ze uit hetzelfde hout gesneden. No nonsense en gewoon doorgaan. Het is ook leuker om samen te trainen. Die I-pod heb ik ook wel eens leeggeluisterd.’

Steun van thuisfront

Bart woont nog thuis. Hij heeft een goed contact met zijn ouders, maar het is vooral ook erg praktisch. ‘Ik heb een druk bestaan en geef momenteel voorrang aan het trainen. Dan is het fijn als je geen eigen huishouden hoeft te runnen. Ik heb een vriendin en zij begrijpt de waarde die het schaatsen voor mij heeft. Voorlopig denken we nog niet aan samenwonen. Mijn ouders vormen een belangrijke steun en toeverlaat. Zonder steun van ouders red je het niet, houd je het niet vol. Die steun is minstens zo belangrijk als talent.’

Afzien en niet opgeven

Schaatsend West-Friesland doet het goed. Dat is deze winter wederom gebleken. We vroegen Bart of hij daar een verklaring voor heeft.

‘Schaatsen  is best een sadistische sport. Niet alleen de beweging veroorzaakt pijn, maar ook de kou. Je tenen bevriezen en alles doet zeer. In deze regio zijn we wel wat gewend. Al jong gingen we te bloemkool snijden, tulpen koppen, piepers roden etc. Buiten, op het land. Dan moesten we erg vroeg op en lange dagen buffelen. Afzien en niet opgeven. Doorzetten onder alle weersomstandigheden. Met een regenpak aan op de fiets door de polder. Het waait hier ook altijd. Dat is het denk ik;

West-Friesen weten wat afzien is’, eindigt Bart zijn verhaal met een stralende glimlach. Ontwapenend zijn ze ook, die West-Friesen…

Reageren via facebook